Het gif van een vogelbekdier: alles wat je moet weten

Het gif van het vogelbekdier is een van de vele eigenaardigheden van dit dier. Als je meer wilt weten over deze bijzonderheid, lees dan dit artikel.
Het gif van een vogelbekdier: alles wat je moet weten

Laatste update: 08 september, 2021

Er is geen vreemder dier dan een vogelbekdier! Toen het eerste opgezette exemplaar vanuit Australië naar Engeland werd gebracht, dachten wetenschappers dat het een grap was. Het dier zweet melk, heeft elektroreceptie, legt eieren en heeft 10 geslachtschromosomen. Alsof dat nog niet genoeg is, als je hem op zijn zenuwen werkt, krijg je misschien te maken met het gif van een vogelbekdier!

In dit artikel vertellen we je alles over het gif van dit dier. Net als de rest van zijn kenmerken, is dit er ook eentje die experts niet kunnen begrijpen. Als dit je nieuwsgierigheid heeft gewekt, lees dan verder.

De effecten van het gif van een vogelbekdier op mensen

Het vogelbekdier (Ornithorhynchus anatinus) is een semi-aquatisch zoogdier dat endemisch is voor Australië en het eiland Tasmanië. Het is de enige levende vertegenwoordiger van zijn familie (Ornithorhynchidae) en geslacht, hoewel er enkele vergelijkbare soorten zijn gevonden in de vorm van fossielen. Het is een van de vijf soorten die nog steeds bestaan in de orde van de monotremen, samen met echidna’s.

Dit dier is relatief schuw en alleen de mannetjes zijn giftig. Dit in tegenstelling tot wat mensen meestal denken. Er zijn maar weinig “beten” of verwondingen veroorzaakt door dit zoogdier, maar mensen die ze hebben gehad, hebben intense pijn gemeld. Rond de wond vormt zich een oedeem, dat zich over het getroffen gebied verspreidt.

Interessant is dat sommige mensen beweren dat dit gif hyperalgesie kan veroorzaken. Dit betekent dat de patiënt dagen, weken en zelfs maanden na contact met het toxine behoorlijk heftig op pijn reageert. Dat komt omdat de nociceptoren (cellen die verantwoordelijk zijn voor het waarnemen van pijn) in het gebied op de lange termijn worden aangetast.

Het vogelbekdier injecteert 2 tot 4 milliliter gif bij een beet.

Hoewel het niet dodelijk is voor mensen, moet de pijn veroorzaakt door het gif van een vogelbekdier niet lichtvaardig worden opgevat. Het is zo intens dat zelfs morfine het niet kan verlichten. Bovendien kan het de bovengenoemde hyperalgesie, oedeem, hyperventilatie en zelfs epileptische aanvallen veroorzaken. Dit is afhankelijk van de geïnjecteerde hoeveelheid.

Bestanddelen

Het gif van een vogelbekdier bestaat uit 19 verschillende peptiden en aanvullende niet-eiwitcomponenten, zoals studies (Engelse link) aangeven. Experts hebben drie soorten verbindingen vastgesteld waaruit het bestaat:

  1. Defensinen: geproduceerd door het immuunsysteem van het vogelbekdier, zijn deze vergelijkbaar met die in het gif van reptielen, spinnen, vissen en zeesterren, hoewel het bij deze zoogdieren anders evolueerde.
  2. Natriuretica: Neurotoxinen geassocieerd met spieratrofie.
  3. Zenuwgroeifactoren: deze peptiden zijn gerelateerd aan hyperalgesie, omdat ze de vertakking van zenuwuiteinden bevorderen.

Is het gif van een vogelbekdier dodelijk voor de mens?

Het gif van een vogelbekdier  is dodelijk voor kleine dieren, maar niet voor mensen. Bovendien is het geen roofdier, zijn prdatoren zijn duidelijk gevaarlijker dan hij, en vrouwtjes hebben geen gif. Waar hebben ze het dan voor nodig?

De meest overtuigende theorie in dit opzicht suggereert dat het een wapen is voor de paartijd. De mannetjes vechten onderling om een territorium te vestigen en het recht op copulatie te verkrijgen, dat plaatsvindt tussen juni en oktober. Daarom zal het feit dat hij soms mensen bijt veel te maken hebben met of het het dier op de een of andere manier bedreigd wordt, vooral in de paartijd.

Interessant is dat de vrouwtjes van deze soort 2 eierstokken hebben, maar alleen de linker is functioneel.

Hoe produceert het vogelbekdier zijn gif?

Het gif van een vogelbekdier wordt geproduceerd in de femorale klieren, die zich op de achterpoten bevinden. Deze klieren zijn verbonden met twee hielsporen die op hun beurt zijn bevestigd aan een klein bot dat zorgt voor een betere aanvalshoek op het gewricht.

Bij vrouwtjes is de uitloper rudimentair. Het ontwikkelt zich nooit zoals bij het mannetje en bovendien valt het uit voordat ze een jaar oud zijn. De genetische informatie die nodig is om het gif te produceren, bevindt zich op het mannelijke chromosoom. Het zou dus niet logisch zijn om deze structuur het hele leven te behouden in het geval van het vrouwelijke geslacht.

De aanval van het vogelbekdier bestaat uit het geven van een “schop” naar achteren, met aanzienlijke kracht, waarbij het slachtoffer met hun sporen wordt neergestoken. De klap is zo hevig dat het dier letterlijk aan je blijft plakken. Mensen die in deze situatie zijn geweest, hadden medische hulp nodig om het los te maken.

Gif van het vogelbekdier

Een bijna prehistorisch dier!

De bijzondere feilten over dit zoogdier eindigen nooit. De gemeenschappelijke voorouder tussen het vogelbekdier en de mens, zo denken experts, leefde ongeveer 170 miljoen jaar geleden. Sindsdien is de soort gescheiden van vrijwel alle andere dieren en deelt ze slechts 80% van het genoom met de rest van de zoogdieren.

Hun talrijke geslachtschromosomen liggen dichter bij die van kippen, omdat het erop lijkt dat ze niet veel zijn veranderd sinds de tijd van prehistorische vogels. Het in kaart brengen van het genoom (Engelse link) heeft belangrijke ontdekkingen onthuld die zoogdieren, eieren en gif met elkaar verbinden. We raden je aan om de geciteerde bronnen te bekijken als je meer wilt weten. Wellicht ook interessant voor jou

Alles over de T. rex bloedzuiger
My AnimalsLees het op My Animals
Alles over de T. rex bloedzuiger

Tyrannobdella rex (de T. rex bloedzuiger) heeft zeer onderscheidende kenmerken ten opzichte van de rest van zijn familieleden.



  • Whittington, C. M., Koh, J. M., Warren, W. C., Papenfuss, A. T., Torres, A. M., Kuchel, P. W., & Belov, K. (2009). Understanding and utilising mammalian venom via a platypus venom transcriptome. Journal of proteomics, 72(2), 155-164.
  • Whittington, C., & Belov, K. (2007). Platypus venom: A review. Australian Mammalogy, 29(1), 57-62.
  • Bansal, P. S., Torres, A. M., Crossett, B., Wong, K. K., Koh, J. M., Geraghty, D. P., … & Kuchel, P. W. (2008). Substrate specificity of platypus venom L-to-D-peptide isomerase. Journal of Biological Chemistry, 283(14), 8969-8975.
  • Whittington, C. M., Papenfuss, A. T., Locke, D. P., Mardis, E. R., Wilson, R. K., Abubucker, S., … & Warren, W. C. (2010). Novel venom gene discovery in the platypus. Genome biology, 11(9), 1-13.