De brilcobra: habitat en kenmerken

De brilcobra is een giftig reptiel dat wordt gekenmerkt door een karakteristieke vlek op zijn rug die hem zijn naam geeft.
De brilcobra: habitat en kenmerken

Laatste update: 08 september, 2021

De brilcobra, ook wel de Indiase cobra genoemd, is een eigenaardig reptiel. Hij kan zijn huid wijd uitspreiden waardoor hij een nogal bedreigende houding vertoont. Hoewel zijn verschijning gebruikelijk is binnen de groep cobra’s, wordt het gif dat het injecteert als een van de meest dodelijke beschouwd. Daardoor vrezen de lokale bewoners de brilcobra.

Er zijn veel controverses met de taxonomie van cobra’s van het geslacht Naja, omdat hun verschillen niet zo duidelijk lijken te zijn. In deze ruimte zullen we ons echter concentreren op de Naja naja-soort. Men beschouwd deze soort als het basale exemplaar van de meeste Indo-Aziatische cobra’s. Lees verder om meer te weten te komen over dit gevaarlijke en mooie reptiel.

Habitat en verspreiding van de brilcobra

De brilcobra is een reptiel uit India waarvan het verspreidingsgebied het grootste deel van het subcontinent beslaat. Om deze reden is hun aanwezigheid geregistreerd in Pakistan, Sri Lanka, Nepal, Bhutan en Afghanistan. Deze soort leeft gewoonlijk in verschillende gebieden van bossen, vlaktes of open velden. Daarnaast treft men deze dieren ook aan in gebieden met menselijke nederzettingen.

Een verhoogde brilcobra.

Hoe ziet de brilcobra eruit?

Dit giftige dier kan tot wel twee meter lang worden. Daarnaast hebben zijn schubben een gladde afwerking. De kleuren variëren tussen zwart, bruin en wit. Bovendien komen in sommige gevallen dezelfde kleuren voor in bandpatronen, die over hun lichaam verspreid zitten.

Cobra’s hebben een zeer onderscheidende extra eigenschap. Ze hebben flexibele ribben die zich naar believen kunnen uitrekken. Dit vermogen stelt hen in staat om de huid van het bovenste deel van het lichaam te verspreiden om een “kap” te vormen die zich uitstrekt in de vorm van “vleugels.” Het resultaat is wat het dier zijn beroemde rijzende houding geeft. Hiermee onderscheidt de brilcobra zich van andere slangen.

Deze brilcobra wordt gekenmerkt door 2 zwarte vlekken op de kap. De ene zit op zijn rug en lijkt op een bril. De andere vlek zit op zijn buik, en ziet eruit als twee “ogen.” Van de twee is die op zijn rug het gemakkelijkst te herkennen. Het patroon van twee cirkels die zijn verbonden door een gebogen lijn is de reden is dat hij zijn naam heeft gekregen.

Gedrag

Wanneer dit dier zich bedreigd voelt, strekt het zijn kap uit als een vorm van waarschuwing naar zijn vijand. Hierdoor ziet een derde van zijn lichaam er volumineuzer uit. Dit dient om te proberen zijn roofdier te beïnvloeden en af te schrikken. Bovendien dienen de twee vlekken op zijn buik ook om gigantische ogen te simuleren. Dat is een extra hulpmiddel voor agressors om zich terug te trekken.

Vergif

Deze soort is een van de “vier grote slangen” van India. Zij zijn verantwoordelijk voor het hoogste aantal menselijke sterfgevallen in dit land.

De reputatie die de brilcobra heeft is geen wonder, want het gif heeft verlammende neurotoxines, waarvan het effect op het hart dodelijk is. Met andere woorden, de toxines (cardiotoxinen – Engelse link) kunnen de dood veroorzaken als gevolg van een hartstilstand.

Gelukkig is er tegenwoordig effectief tegengif tegen de dodelijke beet van dit dier. Dankzij de medische vooruitgang (en met de juiste behandeling) is de kans om te overlijden zelfs vrij laag, zelfs zonder antigif bij de hand te hebben.

Wat eet de brilcobra?

Het dieet van deze cobra bestaat uit knaagdieren, hagedissen en kikkers. Deze worden gevolgd totdat hij het perfecte moment vindt om toe te slaan. Daarbij is zijn gif een geweldig hulpmiddel, waardoor het zijn slachtoffer vrijwel onmiddellijk kan verlammen en doden. Zodra de prooi niet meer kan vechten, maakt hij van de gelegenheid gebruik om hem volledig door te slikken, net als elke andere slang.

Dit reptiel is een ervaren jager, omdat hij zijn prooi kan lokaliseren nadat hij zijn gif erin heeft geïnjecteerd. Volgens een studie uitgevoerd door de Universiteit van Colorado (Engelse link), besluipt de cobra zijn prooi totdat hij zijn gifstoffen kan injecteren en wacht vervolgens tot het gif effect heeft.

Op deze manier kan de slang, zelfs als het slachtoffer nog een paar centimeter beweegt, zijn spoor volgen door middel van zijn gevorkte tong.

Reproductie

Zoals de meeste reptielen, is deze soort cobra ovipaar. De voortplanting eindigt met het leggen van de eieren. Om dit te bereiken begint het mannetje het paren door middel van “coiling.” Hij verstrengelt zich met het vrouwtje en ze rollen meerdere keren over de grond. Dit proces eindigt met copulatie, waarbij het mannetje het vrouwtje binnendringt en het hele ritueel stopt.

Na twee weken legt de nieuwe moeder tussen de 12 en 20 eieren in haar nest. Dit bestaat uit een hol, stam of gat dat dient om ze allemaal te beschermen. Deze kleine eieren komen na 80 dagen incubatie uit. In feite worden alle jongen zeer actief geboren. Bij de minste provocatie zetten ze hun kappen op.

Hoewel de meeste slangen de neiging hebben om hun jongen in de steek te laten na het leggen van eitjes, doen vrouwelijke cobra’s wel aan enige ouderlijke zorg. Dit wordt waargenomen in hun gedrag, omdat ze agressiever worden om hun nest te beschermen. Ze zelfs weigeren het nest te verlaten ondanks eventueel gevaar.

Staat van instandhouding

De Internationale Unie voor het behoud van de natuur heeft deze soort in geen enkele categorie ingedeeld. Integendeel, de Conventie inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten groepeert de soort in bijlage 2. Dit betekent dat het, ondanks dat hij niet wordt bedreigd, dat wel zou kunnen gebeuren als de exploitatie van zijn exemplaren niet wordt gecontroleerd.

Exemplaren van deze soort zijn zeer overvloedig in hun geboortegebieden. Daarom is het gebruikelijk dat ze worden gebruikt voor traditionele geneeskunde. Bovendien zijn ze de laatste tijd erg populair geworden vanwege hun gebruik in textiel en als huisdier. Daardoor jaagt men op verschillende locaties op de brilcobra om de markt tevreden te stellen.

Een juveniele brilcobra

Het is waar dat deze slangen een gevaar vormen voor de mens. Dit is echter geen reden om ze te doden. In feite is er bij de meeste giftige soorten een verborgen voordeel, omdat hun toxines kunnen worden gebruikt om nieuwe medicijnen te maken. De cobra kan van de ergste vijand veranderen in een echte held. Dit hangt echter allemaal af of ze het tot die tijd weten te overleven. Wellicht ook interessant voor jou

Wat moet ik doen als ik een slang in mijn tuin vind?
My AnimalsLees het op My Animals
Wat moet ik doen als ik een slang in mijn tuin vind?

Als je een slang in je tuin tegenkomt, is het het beste om hem niet zomaar op te pakken. Bel een deskundige en wees altijd voorzichtig.



  • Akbari, A., Rabiei, H., Hedayat, A., Mohammadpour, N., ZOU, A. H., & TEYMOURZADEH, S. (2010). Production of effective antivenin to treat cobra snake (Naja naja oxiana) envenoming.
  • Britt, A., & Burkhart, K. (1997). Naja naja cobra bite. The American journal of emergency medicine15(5), 529-531.
  • Tryon, B. W. (1979). Reproduction in captive forest cobras, Naja melanoleuca (Serpentes: Elapidae). Journal of Herpetology13(4), 499-504.
  • Lance, V., & Lofts, B. (1978). Studies on the annual reproductive cycle of the female cobra, Naja naja. IV. Ovarian histology. Journal of morphology157(2), 161-179.
  • Mukherjee, A. K., & Maity, C. R. (2002). Biochemical composition, lethality and pathophysiology of venom from two cobras—Naja naja and N. kaouthia. Comparative Biochemistry and Physiology Part B: Biochemistry and Molecular Biology131(2), 125-132.
  • Shashidharamurthy, R., Jagadeesha, D. K., Girish, K. S., & Kemparaju, K. (2002). Variation in biochemical and pharmacological properties of Indian cobra (Naja naja naja) venom due to geographical distribution. Molecular and cellular biochemistry229(1), 93-101.
  • Mukherjee, A. K., & Maity, C. R. (1998). The composition of Naja naja venom samples from three districts of West Bengal, India. Comparative biochemistry and physiology part A: molecular & integrative physiology119(2), 621-627.
  • Chiszar, D., Stimac, K., Poole, T., Miller, T., Radcliffe, C. W., & Smith, H. M. (1983). Strike induced chemosensory searching in cobras:(Naja naja kaouthia, N. mossambica pallida). Zeitschrift für Tierpsychologie63(1), 51-62.
  • Deshmukh, R. V., Deshmukh, S. A., Badhekar, S. A., & Katgube, S. D. (2021). Unusual feeding behavior by a Spectacled Cobra, Naja naja (Linnaeus 1785) in India. Reptiles & Amphibians28(1), 32-33.
  • Mavromichalis, J. M., & Bloem, S. A. (1995). A successful breeding of Naja naja sputatrix atra. Litteratura Serpentium15(2), 26-30.
  • Suryamohan, K., Krishnankutty, S. P., Guillory, J., Jevit, M., Schröder, M. S., Wu, M., … & Seshagiri, S. (2020). The Indian cobra reference genome and transcriptome enables comprehensive identification of venom toxins. Nature genetics52(1), 106-117.