De dwergpinguïn: de kleinste in zijn soort

30 oktober, 2019
De dwergpinguïn is een soort met unieke kenmerken die aan de kust van Nieuw-Zeeland woont. Lees hier meer over deze nachtvogels!
 

De dwergpinguïn is een fascinerende pinguïnsoort die aan de kust van Nieuw-Zeeland leeft. In andere talen is hij ook bekend als de (little) blue penguin en fairy penguin en het is het kleinste ras van de Spheniscidae-familie.

De dwergpinguïn: de kleinste soort

Pinguïns zijn loopvogels. In tegenstelling tot vogels die echt kunnen vliegen hebben pinguïns stevige botten, waardoor ze gemakkelijker kunnen zwemmen. Dit specifieke ras van pinguïns is meestal in volwassenheid 30 tot 40 cm groot, en weegt 1 à 1,2 kilo.

Pinguïns zijn meestal nachtdieren. In sommige gevallen zie je ze zelfs in de buurt van door mensen bewoonde gebieden. Ondanks hun kleine formaat maken dwergpinguïns ‘s nachts, wanneer ze het meest actief zijn, veel lawaai.

De dwergpinguin van dichtbij

Zoals je waarschijnlijk al geraden hebt, is deze soort blauw. Sommige van hen lijken meer op zwart, maar de meesten van hen zitten dichter bij grijs. Net als andere leden van hun soort hebben deze pinguïns een witte buik.

Ook is er net als bij veel andere dieren bij de dwergpinguïn sprake van seksuele dimorfie. In dit geval zijn de mannetjes iets groter dan de vrouwtjes. De mannelijke snavels zijn over het algemeen ook donkerder en breder.

 

Ze eten per dag ongeveer 25% van hun totale lichaamsgewicht aan vis. Door hun kleine formaat en gewicht zijn ze extreem snel in het water en dat maakt ze tot geweldige jagers.

Leefomgeving en verspreiding van de dwergpinguïn

Ze wonen voornamelijk op Noord-, Zuid- en Stewart Island in Nieuw-Zeeland. Maar je kunt ze ook zien op de Driekoningeneilanden, die onbewoond zijn door mensen. Je vindt dit ras ook aan de zuidoostelijke kusten van Australië. De lokale bevolking noemt ze daar de ‘fairy penguin’, en ze maken zelfs een deel uit van hun folklore!

Ze graven hun nesten meestal in zandbanken of in de buurt van grote rotsen. Indien mogelijk zullen ze proberen hun nesten te bouwen op plaatsen waar ze beschermd worden door dichte vegetatie. De huidige cijfers zeggen dat er alleen al in Nieuw-Zeeland minstens 32.000 exemplaren van dit ras leven.

De dwergpinguin is meestal blauw

Ook brengen ze het grootste deel van hun leven zwemmend in het water door. Van alle verschillende soorten pinguïns zijn ze één van de beste in het door het water manoeuvreren. Ze kunnen enkele dagen in het water doorbrengen voordat ze moeten terugkeren naar de kust.

 

Voortplanting

Afhankelijk van de tijd van het jaar kan dit ras een volledige maand in het water blijven zonder naar land terug te keren. Dit betekent echter wel dat ze niet veel tijd bij hun nesten doorbrengen.

De tijd dat je ze daar het vaakst ziet is tijdens de paartijd. Maar, in tegenstelling tot de meeste andere vogels, houden ze niet één enkele partner hun hele leven lang. Een vrouwtje kan ook elke keer een of twee eieren leggen.

Beide ouders broeden om de beurt de eieren uit, de ene gaat zwemmen en op jacht terwijl de ander op het nest blijft zitten. De incubatieperiode duurt ongeveer 35 dagen.

Zodra het ei uitkomt, voeden ze het kuiken door het voedsel in zijn bek uit te braken, net als andere vogels. Een baby wordt na 7 tot 11 weken na de geboorte als volwassen beschouwd. Tegen die tijd zou hij namelijk in staat moeten zijn om zelf te jagen en te zwemmen.

 
  • Gales, R.; Green, B. (1990) The Annual Energetics Cycle of Little Penguins (Eudyptula Minor). Ecology: Ecological Society of America. Volume 71, Issue 6. Pp. 2297-2312
  • Bethge, P.; Nicol, S.; Culik, B. (2009) Diving behaviour and energetics in breeding little penguins (Eudyptula minor). Journal of Zoology. Volumen 242, Número 3. Pp. 483-502
  • Dann, P. (1991) Distribution, Population Trends and Factors Influencing the Population Size of Little Penguins Eudyptula minor on Phillip Island, Victoria. Emu: Jurnal of BirdLife Australia. Volumen 91, Número 5. Pp. 263-272