Gezichtsverlamming bij honden: symptomen, oorzaken en behandeling

Gezichtsverlamming bij honden is een relatief veelvoorkomende aandoening, maar erg moeilijk te behandelen. Leer het op te sporen in de volgende post.
Gezichtsverlamming bij honden: symptomen, oorzaken en behandeling

Laatste update: 03 oktober, 2021

Gezichtsverlamming bij honden is een vaker voorkomende aandoening dan je zou denken, vooral bij oudere en bejaarde honden. Dit klinische teken manifesteert zich met een onvermogen om de gezichtsspieren te bewegen en ze aangespannen te houden. Dit komt niet door spierfalen, maar door aandoeningen die de zenuwen aantasten waardoor ze worden aangestuurd.

Hoewel veel over deze aandoening bekend is, moeten we opmerken dat tot 74% van de gevallen in de dierenkliniek idiopathisch van aard is. Dat wil zeggen dat ze geen specifieke oorzaak hebben – of die is nog niet ontdekt. Als je alles wilt weten wat we tot nu toe weten over gezichtsverlamming bij honden, lees dan verder.

Wat is gezichtsverlamming bij honden?

De aangezichtszenuwen zijn gemengde hersenzenuwen die sensorische, motorische en parasympatische vezels bevatten. Deze zenuwparen komen direct uit de hersenen ter hoogte van de hersenstam. Ze worden via de gaten in de schedel door de kop, borstkas en buik van het dier verdeeld.

Oogbewegingen, fotomotorische reflexen, accommodatie, de transmissie van reukimpulsen, de waarneming van zintuiglijke informatie, smaakimpulsen, en plaatsing in driedimensionale omgevingen worden door de gezichtszenuwen bemiddeld. Als die beschadigd zijn, treedt gezichtsverlamming op bij honden net zoals bij andere gewervelde dieren.

Gezichtsverlamming is bijna nooit het gevolg van directe schade aan de hersenen, maar wel aan de gezichtszenuw die via aanraking, smaak, zicht en andere waarnemingen met de buitenwereld in verbinding staat.

Een verdrietige hond

Symptomen van gezichtsverlamming bij honden

Zoals aangegeven door het Davies veterinair portaal (Engelse link), hangen de symptomen van gezichtsverlamming bij honden af van de ernst van de beschadiging en de aangetaste zenuwstructuren. Gewoonlijk zal de hond iets overkomen wat vergelijkbaar is met mensen na een beroerte, waarbij één kant van het gezicht kan verzakken.

Deze zenuwuitval kan opgemerkt worden in de kleinere gebaren van de hond. Tot de meest duidelijke tekenen vinden we de volgende:

  • Het ene oor hangt meer naar beneden dan het andere.
  • Onvermogen om met een van de ogen te knipperen.
  • Er loopt vocht uit een van de neusgaten.
  • Moeite met eten.
  • Perifeer Vestibulair Syndroom-symptomen. Tot 65% van de getroffen honden hebben beide aandoeningen tegelijk.
  • Verlamming van de ledematen en verdoving, als de beschadiging centraal is en niet alleen van de zenuw.

In de meeste gevallen van gezichtszenuwbeschadiging treft de verlamming slechts een van de twee kanten van het gezicht (eenzijdig). Dat maakt het stellen van de diagnose veel gemakkelijker. Is de verlamming echter totaal (bilateraal), dan is het opmerken van de tekenen met het blote oog erg ingewikkeld.

Oorzaken van gezichtsverlamming bij honden

Zoals uit studies (Engelse link) blijkt zijn tot 74,7% van de gevallen van gezichtsverlamming bij honden idiopathisch, dat wil zeggen dat er geen oorzaak gevonden kan worden die ze verklaart. De frequentie van voorkomen van deze pathologie is moeilijk te berekenen. Men kan namelijk zelden een gemeenschappelijke onderliggende reden vinden.

Buiten onontdekte etiologieën is de meestvoorkomende veroorzaker achter aangezichtsverlamming een ernstige infectie in de gehoorgang (otitis interna), vooral bij honden die chronische huidproblemen hebben. In deze gevallen gaan de genoemde klinische verschijnselen meestal gepaard met evenwichtsproblemen en een permanent gekantelde kop.

Dit zijn de twee meestvoorkomende varianten binnen deze aandoening. Er zijn echter nog andere mogelijke oorzaken van gedeeltelijke of totale gezichtsverlamming. Enkele daarvan zijn de volgende:

  • Een zeer zware klap, zoals een auto-ongeluk of een ernstige val.
  • Hypothyreoïdie, problemen met de schildklier, en lage productie van schildklierhormonen.
  • Goedaardige tumoren of kanker in het gezichtsgebied.
  • Inname van neurotoxinen, zoals botulinetoxine (botulisme).
  • Ontstekings- of immuungemedieerde ziekten, zoals meningoencefalitis.
  • Beschadiging na zeer invasieve schedeloperaties.

Diagnose

Hoewel deze aandoening vaker voorkomt in zijn idiopathische variant, is het toch nodig om bepaalde tests op het getroffen dier uit te voeren. Alleen op die manier kan men andere onderliggende aandoeningen uitsluiten.

Eerst wordt de hond meestal verdoofd. Vervolgens zal de dierenarts een diepe analyse van het oor van het aangedane gezichtsvlak uitvoeren. Zo kan men de eerder genoemde oorontsteking uitsluiten.

Als alles in dit gedeelte in orde is, worden röntgenfoto’s, computertomografie (CT) en magnetische resonantie beeldvorming (MRI) gebruikt voor gedetailleerde observatie van de hersenen en de inwendige structuren van het oor.

In zeldzame gevallen kan het ook nodig zijn een monster van de schedelvloeistoffen van de hond te nemen om naar tekenen van ontsteking te zoeken.

Elektrische stimulatie van de aangezichtszenuw kan helpen de schade te kwantificeren en een prognose vast te stellen.

Behandeling van gezichtsverlamming bij honden

De behandeling zal in elk geval anders zijn, maar er moet opgemerkt worden dat zenuwbeschadiging onomkeerbaar is. Dit betekent niet dat je je huisdier moet opgeven. Je zult echter wel moeten aanvaarden dat het vanaf dat moment bepaalde problemen zal hebben. Dit komt het duidelijkste naar voren bij het eten en de interactie met de omgeving.

Als de oorzaak van de gezichtszenuwbeschadiging een kankergezwel is, zijn chirurgische resectie van de massa en gerichte therapie om de kanker te doden meestal de te volgen opties. Anderzijds, als de onderliggende reden hypothyreoïdie is, zal de hond levenslang schildklierhormoonvervangende medicijnen nodig hebben.

Als de oorzaak een infectie in het midden- of binnenoor is, zal de dierenarts aanvankelijk meestal kiezen voor een diepe reiniging van het oor. Dit doet men door de toepassing van ceruminolytische stoffen en de extractie van beschadigd weefsel, zelfs onder verdoving en in een plaatselijke chirurgische ingreep.

Als de geïnfecteerde omgeving eenmaal ontsmet is, moeten, afhankelijk van de ziekteverwekker, antibiotica of schimmelwerende middelen worden voorgeschreven.

Een hond met oorproblemen

Voorspellingen en slotopmerkingen

Meestal zijn de verschijnselen blijvend, want de aangezichtszenuw lijdt onomkeerbare schade en het is onmogelijk hem in zijn vroegere toestand terug te brengen. Dit verhindert de hond echter meestal niet een normaal leven te leiden, waarbij bepaalde aanpassingen in de routine bespaard blijven.

Daarom heeft deze aandoening, in zijn idiopathische variant, een zeer positieve prognose. Maar als de schade in de hersenen is opgetreden of de oorzaak kanker is, kan de toestand in korte tijd erg ingewikkeld worden. Het hangt allemaal af van de onderliggende oorzaak. Wellicht ook interessant voor jou

Wat is precies een vergrote milt bij honden?
My Animals
Lees het op My Animals
Wat is precies een vergrote milt bij honden?

Hemangiosarcoom is een snel groeiende, invasieve vorm van kanker die zich uit in een vergrote milt, is een veel voorkomend probleem bij honden.



  • Facial paralysis in dogs, Davies. Recogido a 16 de julio en https://vetspecialists.co.uk/fact-sheets-post/facial-paralysis/
  • Chan, M. K., Toribio, J. A., Podadera, J. M., & Child, G. (2020). Incidence, cause, outcome and possible risk factors associated with facial nerve paralysis in dogs in a Sydney population (2001–2016): a retrospective study. Australian veterinary journal, 98(4), 140-147.
  • Braund, K. G., Luttgen, P. J., Sorjonen, D. C., & Redding, R. W. (1979). Idiopathic facial paralysis in the dog. The Veterinary Record, 105(13), 297-299.
  • Varejão, A. S., Muñoz, A., & Lorenzo, V. (2006). Magnetic resonance imaging of the intratemporal facial nerve in idiopathic facial paralysis in the dog. Veterinary Radiology & Ultrasound, 47(4), 328-333.
  • Wright, J. A. (1988). Ultrastructural findings in idiopathic facial paralysis in the dog. Journal of comparative pathology, 98(1), 111-115.