De levenscyclus van de kolibrie

De levenscyclus van de kolibrie is niet ingewikkeld, maar hij vertoont unieke kenmerken die hem indrukwekkend maken. Leer er meer over.
De levenscyclus van de kolibrie

Laatste update: 08 oktober, 2021

Over het algemeen is de levenscyclus van de kolibrie niet ingewikkeld, maar hij heeft wel indrukwekkende karakteristieke kenmerken.

Kolibries zijn een groep van talrijke en kleurrijke vogels die op het Amerikaanse continent voorkomen. Deze kleine wezentjes zijn in staat om in een grote verscheidenheid van ecosystemen te leven. Ze passen zich  namelijk vrij goed aan de omgeving aan.

Kolibries behoren tot de Trochilidae-familie, waarin ongeveer 330 soorten voorkomen. Deze groep kan op plaatsen voorkomen die zo ver reiken als stranden, kusten, jungles, bossen en bergen. Ze komen echter ook voor in dorre of stedelijke omgevingen. Lees verder om meer te leren over deze prachtige vogels en hun levenswijze.

Hoe zien kolibries eruit?

Alle kolibries zijn kleine vogels die tussen 2 en 24 gram wegen en gekenmerkt worden door de vorm van hun snavel en hun verbazingwekkende manier van flapperen.

Hun pootjes zijn zo klein dat ze er niet eens mee op de grond kunnen lopen, wat betekent dat ze het grootste deel van hun leven vliegend doorbrengen. Bovendien vertonen de meeste van hen een iriserend verenkleed dat bijzonder aantrekkelijk is voor het oog.

De leden van deze groep zijn nectarivoren, wat betekent dat ze zich voeden met de nectar van bloemen. Om die reden zijn de snavels van kolibries langwerpig en dun, want anders zouden ze de vloeistof niet kunnen opdrinken. In feite worden ze hierdoor ook als uitstekende bestuivers beschouwd, want ze impregneren en vervoeren stuifmeel tijdens hun maaltijden.

Deze vogels onderscheiden zich door hun buitengewone vliegvermogen. Ze kunnen namelijk in de lucht blijven hangen of in alle richtingen vliegen. Om deze prestatie te leveren hebben ze krachtige spieren nodig, waarmee ze 80 tot 200 keer per seconde kunnen flapperen. Dankzij deze machinerie bereiken ze snelheden van tussen de 50 en 90 kilometer per uur.

Het vermogen om te flapperen kost grote hoeveelheden energie, en dus heeft hun stofwisseling zich aan deze situatie aangepast. De snelheid waarmee de kolibrie zijn voedingsstoffen verwerkt is ongelooflijk snel.

Om aan de energiebehoefte te voldoen moet elk exemplaar per dag de helft van zijn lichaamsgewicht aan voedsel verbruiken. Ook zorgt de snelheid waarmee hij voedsel metaboliseert ervoor dat hij lichaamstemperaturen van bijna 40° C doormaakt.

Kolibrie bij een drinkplaats

De rol van migratie in de levenscyclus van de kolibrie

Sommige soorten van deze groep vertonen een trekgedrag waarbij ze grote afstanden overbruggen om in de winter warmere streken te bereiken. Deze migraties kunnen een grote uitdaging zijn voor deze vogels.

Ze moeten immers grote hoeveelheden voedsel verbruiken voor de hoeveelheid energie die ze verbruiken. Als het voorjaar aanbreekt, vliegen ze terug naar hun territoria om aan hun voortplanting te beginnen.

Een indrukwekkend voorbeeld is dat van de rosse kolibrie (Selasphorus rufus), want die legt ongeveer 3.500 kilometer af van Alaska naar het zuiden van Mexico. Deze tochten zijn mogelijk dankzij de vele tussenstops die ze tijdens hun reis maken.

Voortplanting van kolibries

De mannetjes zijn meestal nogal agressief en territoriaal, dus als ze terugkomen van hun trek wedijveren ze met anderen om hun grenzen te bepalen. Meestal keert het mannetje van de soort een week of twee vóór het vrouwtje terug naar het broedgebied, om de beste ruimte en de grootste hoeveelheid hulpbronnen in te nemen.

Balts en paring

Als het vrouwtje in het voorjaar van haar trek terugkeert, begint de paartijd. Daarin voert het mannetje een opzichtige en energieke balts uit, die bestaat uit opstijgende en dalende vluchten in een U-vorm waarin hij zijn verenkleed toont. Daarbij voert het ook vocalisaties uit en wappert zo snel mogelijk om de aandacht van zijn potentiële partner te trekken.

Het vrouwtje van haar kant baseert haar keuze op twee belangrijke aspecten: de kenmerken van het mannetje en het territorium dat hij inneemt. Het is belangrijk voor het vrouwtje dat haar voedselvoorziening veilig is. Zowel haar leven als dat van haar jongen hangen ervan af. Daarom neemt ze dit aspect zeer serieus.

In het algemeen hebben deze kleine vogels polygame paringen, dus het mannetje heeft meestal meerdere voortplantingspartners. Daarom zijn de meeste opvoeding en de bouw van het nest taken van het vrouwtje. Daardoor is ze zo selectief bij de keuze van haar partner.

Nestbouw

Kolibries zijn eierleggende dieren die nesten gebruiken om hun eieren in uit te broeden. Deze bouwsels hebben verschillende afmetingen naargelang de soort, hoewel de meeste zo klein zijn als een golfbal.

Voor het maken ervan maken de vrouwtjes gebruik van takken, bladeren, spinnenwebben, korstmossen en mossen. Ook kiezen ze hun plaats (dicht bij de grond of hoog in de bomen).

Eieren leggen, uitbroeden en grootbrengen

Het aantal eieren dat een kolibrie kan leggen varieert van soort tot soort, maar gemiddeld zijn het er meestal 2 per nest. Van haar kant varieert de broedtijd van 18 tot 20 dagen, waarin het vrouwtje zo lang mogelijk in het nest blijft.

De baby kolibries komen aan het eind van de broedtijd uit de eieren tevoorschijn. Op dat moment begint de moeder ze te voeden met nectar en insecten. Net als bij andere vogels voeden de vrouwtjes hun kuikens door regurgitatie.

De jongen blijven in het nest terwijl hun veren groeien en tot ze in staat zijn te vliegen. Dat kan ongeveer 3 weken duren. Zodra ze leren vliegen, beginnen de kuikens hun eigen voedsel te zoeken en beginnen ze onafhankelijk te worden. Om er echter voor te zorgen dat ze niet verhongeren, kan de moeder ze tijdens hun eerste dagen buiten het nest blijven voeden.

De levenscyclus van de volwassen kolibrie en zijn overleving

Eenmaal onafhankelijk verlaten de volwassen dieren hun nest en keren nooit meer terug. Het eerste jaar van een kolibrie is meestal het moeilijkste van zijn leven.

Hij krijgt dan te maken met andere grote en sterke wezens. Desondanks is de kans dat ze, als ze eenmaal het nest verlaten hebben, sterven vrij gering, want de meeste sterfgevallen doen zich voor tijdens het broeden (Engelse link).

Tijdens de levenscyclus van de kolibrie moet dit organisme een reeks gevaren ontwijken die zijn dood in de eerste levensmaanden veroorzaken. Daarom vertellen deskundigen ons dat de meeste kolibries sterven voor ze één jaar oud zijn. Het gemiddelde leven van een kolibrie kan echter 6 of 7 jaar zijn (of maximaal 10).

Vliegende kolibrie

In tegenstelling tot wat men zou denken, heeft het hectische leven dat deze vogels leiden geen invloed op hun kwaliteit van leven. Hieruit blijkt dat de aanpassing van deze vogels ons voorstellingsvermogen te boven gaat.

Ze vertonen unieke eigenschappen zonder dat dit negatieve gevolgen heeft. Ondanks hun grootte zijn kolibries ongetwijfeld een van de merkwaardigste en mooiste vogels in de natuur. Wellicht ook interessant voor jou

Afrikaanse reuzenijsvogel: gewoonten en voortplanting
My Animals
Lees het op My Animals
Afrikaanse reuzenijsvogel: gewoonten en voortplanting

De Afrikaanse reuzenijsvogel is een vogel die in 1769 voor het eerst werd waargenomen. Het is het grootste exemplaar in de familie van de ijsvogels...



  • Arizmendi Arriaga, M. D. C. (2014). Colibríes de México y Norteamérica, Hummingbirds of Mexico and North America/María del Coro Arizmendi y Humberto Antonio Berlanga García (No. 598.899 A7.).
  • Torres, M. G., & Navarro-Sigüenza, A. G. (2000). Los colibríes de México, brillo de la biodiversidad. Biodiversitas, 28, 1-6.
  • Russell, R. W., Carpenter, F. L., Hixon, M. A., & Paton, D. C. (1994). The impact of variation in stopover habitat quality on migrant Rufous Hummingbirds. Conservation Biology, 8(2), 483-490.
  • Miller, R. S., & Gass, C. L. (1985). Survivorship in hummingbirds: is predation important?. The Auk, 102(1), 175-178.
  • Baltosser, W. H. (1986). Nesting success and productivity of hummingbirds in southwestern New Mexico and southeastern Arizona. The Wilson Bulletin, 353-367.